Zwemschool

Vier keer per jaar worden de kinderen geëvalueerd. Twee keer hebben ze mogelijkheid over te gaan naar een hogere groep. U kan in dit artikel lezen over welke vaardigheden ze dienen te beschikken.

Regelmatig herbekijken we de vaardigheden per groep. Het is de bedoeling dat 90 % van de kinderen op het moment van de evaluatie overgaan naar een hogere groep. Na 3-4 jaar hebben ze dan de volledige zwemschool doorlopen.  Dit vereist natuurlijk ook dat het kind voldoende regelmatig aanwezig is (liefst twee keer per week).


Oranje badmutsen

  • Aquatisch ademen: uitblazen onder water, inademen boven water.
  • Drijven zonder de benen te gebruiken. Nadruk op de vormspanning van het lichaam en het uitblazen onder water: op de buik in een gestrekte pijlvorm, op de rug zowel in gestrekte pijlvorm als met de armen naast een gestrekt lichaam.
  • Springen van de kant zonder hulp. Zeker en vast in het klein bad, eventueel ook in het groot bad.
  • Hoofd onder water, zonder zwembril. Voorwerpen oprapen en vingers tellen kan ze verplichten de ogen ook effectief te openen onder water.
  • Geen schrik hebben in het water.

Witte badmutsen

  • Rugslag
    • Beenbeweging: aanleren zonder plank of andere drijfmiddelen. Kind handmatig ondersteunen indien nodig. Let op de vormspanning! Het lichaam dient gestrekt aan het wateroppervlak te liggen.
    • Voetpositie: bij een correcte beenslag dienen de voeten in het verlengde van het lichaam te liggen. Kapstokvoeten kunnen niet en zijn ongepast.
    • Ademhaling: uitademen met het hoofd in het water wanneer het kind benen crawl zwemt.
  • Crawl
    • Beenbeweging: aanleren zonder plank of andere drijfmiddelen. Kind handmatig ondersteunen indien nodig. Let op de vormspanning! Het lichaam dient gestrekt aan het wateroppervlak te liggen.
    • Voetpositie: bij een correcte beenslag dienen de voeten in het verlengde van het lichaam te liggen. Kapstokvoeten kunnen niet en zijn ongepast.
    • Ademhaling: uitademen met het hoofd in het water wanneer het kind benen crawl zwemt.
  • Overige
    • Springen in het diepe gedeelte van het groot bad.
    • Duiken: langs de kant op één knie.
    • Afstoten tegen de muur in pijlvorm: elke zwemmer start iedere zwemstijl in een pijl met een afstoot van de muur, dit zowel op de buik als op de rug.
    • Aquatisch ademen

Lichtblauwe badmutsen

  • Crawl
    • Crawl met ademhaling zonder armbeweging (superman)
    • Voetpositie: bij een correcte beenslag dienen de voeten in het verlengde van het lichaam te liggen. Kapstokvoeten kunnen niet en zijn ongepast.
    • Vormspanning: het lichaam ligt gestrekt aan het wateroppervlak.
    • Correcte hoofdpositie bij het ademen: opzij ademhalen, hoofd niet heffen tijdens ademen en ligt aan het wateroppervlak (één oor blijft in het water).
    • Correcte hoofdpositie zonder ademhaling: hoofd in neutrale positie in het water, naar beneden kijkend en stil bij het gewone zwemmen.
    • Kort en krachtig ademen (niet lang en traag). Bij de ademhalen wordt er uitgeblazen in het water.
  • Rugslag
    • Armbeweging: grof - continue - ver insteken en uithalen.
    • Beenbeweging: moeten blijven voortdoen tijdens armbeweging, deze mogen absoluut niet stoppen.
    • Voetpositie: bij een correcte beenslag dienen de voeten in het verlengde van het lichaam te liggen. Kapstokvoeten kunnen niet en zijn ongepast.
    • Vormspanning: het hele lichaam ligt gestrekt aan het wateroppervlak, de buik moet het wateroppervlak raken.
    • Insteken met de armen naast het hoofd en er terug uitkomen aan het zitvlak/bekken.
  • Overige
    • Duiken vanop de rand van het zwembad in een rechtstaande positie, eventueel met de benen een beetje geplooid.

Rode badmutsen

  • Crawl
    • Armbeweging: goed naar voor insteken met een lange arm, ver naar achter uithalen aan het zitvlak/bekken.
    • Vormspanning: het lichaam ligt gestrekt aan het wateroppervlak.
    • Voetpositie: bij een correcte beenslag dienen de voeten in het verlengde van het lichaam te liggen. Kapstokvoeten kunnen niet en zijn ongepast.
    • Correcte hoofdpositie bij het ademen: opzij ademhalen, hoofd niet heffen tijdens ademen en ligt aan het wateroppervlak (één oor blijft in het water).
    • Correcte hoofdpositie zonder ademhaling: hoofd in neutrale positie in het water, naar beneden kijkend en stil bij het gewone zwemmen.
    • Kort en krachtig ademen (niet lang en traag). Bij de ademhalen wordt er uitgeblazen in het water.
    • Een afstand van 12,5 meter (een halve lengte) van het groot bad moet zonder problemen en in op een correcte manier gezwommen worden (superman).
  • Rugslag
    • Armbeweging: de duim komt eerst uit het water, de pink gaat eerst in het water. De arm wordt gestrekt naast het oor in het water gestoken.
    • Voetpositie: bij een correcte beenslag dienen de voeten in het verlengde van het lichaam te liggen. Kapstokvoeten kunnen niet en zijn ongepast.
    • Vormspanning: het hele lichaam ligt gestrekt aan het wateroppervlak, de buik moet het wateroppervlak raken.
    • Een afstand van 25 meter (één lengte) van het groot bad moet zonder te stoppen en op een correcte manier gezwommen worden.
  • Schoolslag
    • Beenbeweging: knieën niet naar buiten, eerder neutraal dienen deze zich correct te openen. Het sluiten van de benen gebeurt krachtig en de benen eindigen gestrekt.
    • Schoolslag benen al zittend aanleren wordt sterk afgeraden omdat de houding niet overeenkomt met die in het water. Opteer vaker voor al liggend op de kant met de benen in het water.
    • Kinderen die vanuit de privé/school/... komen met een bepaalde schoolslag beenbeweging (bijvoorbeeld met knieën naar buiten) niet per se eruit trachten te halen. Indien ze deftig sluiten en er mee vooruit geraken is dat genoeg om over te geraken naar de volgende groep.
    • Kapstokvoeten: de voeten staan haaks in verhouding met het lichaam. Een juiste voetpositie bij een beenbeweging schoolslag is zeer belangrijk. Dit is een belangrijk puntje bij een evaluatie! Zonder een correcte beenweging kan de zwemmer moeilijk overgaan naar de volgende groep.
  • Overige
    • Duiken vanop de rand van het zwembad in een rechtstaande positie, eventueel met de benen een beetje geplooid.
    • Afstoot op de rug: iedere zwemmer start met een afstoot aan de startblok op de rug in het water.

Groene badmutsen

  • Crawl
    • Vormspanning: het lichaam ligt gestrekt aan het wateroppervlak. D.w.z. dat er niet van links naar rechts gezwommen wordt (zigzag), maar mooi in een rechte lijn.
    • Correcte hoofdpositie bij het ademen: opzij ademhalen, hoofd niet heffen tijdens ademen en ligt aan het wateroppervlak (één oor blijft in het water).
    • Correcte hoofdpositie zonder ademhaling: hoofd in neutrale positie in het water, naar beneden kijkend en stil bij het gewone zwemmen.
    • Armbeweging: goed naar voor insteken met een lange arm, ver naar achter uithalen aan het zitvlak/bekken.
    • Voetpositie: bij een correcte beenslag dienen de voeten in het verlengde van het lichaam te liggen. Kapstokvoeten kunnen niet en zijn ongepast.
    • Een afstand van 50 meter (twee lengtes) van het groot bad moet zonder te stoppen en op een correcte manier gezwommen worden.
  • Rugslag
    • Armbeweging: de duim komt eerst uit het water, de pink gaat eerst in het water. De arm wordt gestrekt naast het oor in het water gestoken.
    • Voetpositie: bij een correcte beenslag dienen de voeten in het verlengde van het lichaam te liggen. Kapstokvoeten kunnen niet en zijn ongepast.
    • Vormspanning: het hele lichaam ligt gestrekt aan het wateroppervlak, de buik moet het wateroppervlak raken.
    • Een afstand van 50 meter (twee lengtes) van het groot bad moet zonder te stoppen en op een correcte manier gezwommen worden.
  • Schoolslag
    • Correcte arm en beenbeweging: coördinatie is minder belangrijk, daar die bij de gele badmutsen wordt aangeleerd.
    • Armbeweging: niet te breed, goede trekbeweging, pijlfase, niet te ver naar achter (tot aan schouderhoogte), samenkomen voor de borstkas en een vlotte beweging.
    • Beenbeweging: knieën niet naar buiten, eerder neutraal dienen deze zich correct te openen. Het sluiten van de benen gebeurt krachtig en de benen eindigen gestrekt.
    • Kapstokvoeten: de voeten staan haaks in verhouding met het lichaam. Een juiste voetpositie bij een beenbeweging schoolslag is zeer belangrijk.
    • Een afstand van 25 meter (één lengte) van het groot bad moet zonder te stoppen en op een correcte manier gezwommen worden.
  • Overige
    • Startduik van op de startblok: in crawl en schoolslag dient de zwemmer in een juiste startpositie te vertrekken vanop de startblok.
    • Afstoot op de rug: iedere zwemmer start met een afstoot aan de startblok op de rug in het water.

Gele badmutsen

  • Crawl
    • Vormspanning: het lichaam ligt gestrekt aan het wateroppervlak. D.w.z. dat er niet van links naar rechts gezwommen wordt (zigzag), maar mooi in een rechte lijn.
    • Kort en krachtig ademen (niet lang en traag). Bij de ademhalen wordt er uitgeblazen in het water.
    • Armbeweging: goed naar voor insteken met een lange arm, ver naar achter uithalen aan het zitvlak/bekken. Wanneer de arm weer naar voor wordt gebracht, na de uithaalbeweging, gebeurt dit met een hoge elleboog.
    • Een afstand van 100 meter (vier lengtes) van het groot bad moet zonder te stoppen en op een correcte manier gezwommen worden.
  • Rugslag
    • Vormspanning: het hele lichaam ligt gestrekt aan het wateroppervlak, de buik moet het wateroppervlak raken.
    • Hoofdpositie: gedurende de zwemstijl ligt het hoofd stil in het water naar boven kijkend.
    • Een afstand van 100 meter (vier lengtes) van het groot bad moet zonder te stoppen en op een correcte manier gezwommen worden.
  • Schoolslag
    • Pijlfase: tijdens het zwemmen, houdt de zwemmer een pijlfase van ± 3 tellen aan.
    • Ademhaling: er wordt ingeademd uit (boven) het water, uitblazen gebeurt in het water. Wanneer de armen een plooibeweging maken, komt het hoofd naar boven om in te ademen. Gaan de armen weer naar voor bij het einde van de armbeweging, blaast de zwemmer uit in het water.
    • Coördinatie: voor de eenvoud plooibeweging van armen en benen samen inzetten + goede pijlfase (armen – benen – pijl).
    • Een afstand van 100 meter (vier lengtes) van het groot bad moet zonder te stoppen en op een correcte manier gezwommen worden.
  • Overige
    • Startduik van op de startblok: in crawl en schoolslag dient de zwemmer in een juiste startpositie te vertrekken vanop de startblok.
    • Afstoot op de rug: iedere zwemmer start met een afstoot aan de startblok op de rug in het water.

Donderblauwe badmutsen

Dit is de laatste groep van de zwemschool. Op het einde van het seizoen verlaten al de zwemmers de groep. Er is dan ook geen formele evaluatie.

  • Crawl
    • Een afstand van 200 meter (acht lengtes) van het groot bad moet zonder te stoppen en op een correcte manier gezwommen worden, met juist uitgevoerde keerpunten.
  • Rugslag
    • Een afstand van 200 meter (acht lengtes) van het groot bad moet zonder te stoppen en op een correcte manier gezwommen worden, met juist uitgevoerde keerpunten.
  • Schoolslag
    • Een afstand van 200 meter (acht lengtes) van het groot bad moet zonder te stoppen en op een correcte manier gezwommen worden, met juist uitgevoerde keerpunten.
  • Overige
    • Keerpunten: bij zowel crawl, rugslag als schoolslag worden de juiste keerpunten aangeleerd.
    • Startduik van op de startblok: in crawl en schoolslag dient de zwemmer in een juiste startpositie te vertrekken vanop de startblok.
    • Afstoot op de rug: iedere zwemmer start met een afstoot aan de startblok op de rug in het water.